Hoofdstuk 4: De Ghostwriters – Waarom jouw favoriete artiest misschien niet eens haar eigen nummers schrijft
Het is 2015. Ik zit in een backstage-ruimte op een festival. Om me heen jonge artiesten met oortjes in hun oren, flessen water met hun naam erop, managers die in telefoons fluisteren. En dan komt haar – ik zal haar Lisa noemen, want haar echte naam ken ik wel maar die mag ik niet gebruiken. Ze is een van de grootste popsterren van dit moment. Miljoenen albums verkocht. Stadions uitverkocht. Tienermeisjes huilen als ze haar zien.
Ze ziet er moe uit.
“Martin,” zegt ze, terwijl ze naast me op een versleten bank ploft. “Mag ik je iets vragen?”
“Natuurlijk.”
Ze kijkt om zich heen, alsof ze bang is dat iemand haar hoort. Dan, zacht: “Wanneer heb jij voor het laatst een nummer gehoord op de radio waarvan je dacht: dat is nieuw. Dat heb ik nog nooit gehoord. Dat komt uit iemands ziel?”
Ik denk na. Ik kan het antwoord niet geven.
“Precies,” zegt ze. “En weet je wat het ergste is? Ik ben er zelf onderdeel van geworden.”
Ze vertelt me hoe haar laatste album tot stand kwam. Niet in een studio met bandleden, niet met dagen van improviseren en schrappen en opnieuw beginnen. Maar in een songwritingkamp in Zweden. Twee weken lang. Twaalf producers en componisten in een afgesloten complex, verdeeld over kamers met keyboards en koptelefoons. Elke dag moesten ze twee ‘hooks’ opleveren – pakketjes van dertig seconden die viral konden gaan op TikTok.
“Ik kwam op dag drie binnen,” zegt Lisa. “Ze hadden al veertig hooks klaarliggen. Ik hoefde alleen maar mijn stem eroverheen te zingen. De tekst? Die hadden ze ook al geschreven. Ik mocht hooguit een woord veranderen als het niet lekker in mijn mond lag.”
Ze pauzeert. Haar ogen worden vochtig.
“Martin, ik heb al vijf jaar geen eigen nummer meer geschreven. Ik weet niet eens of ik het nog kan.”
De cijfers liegen niet
Wat Lisa me vertelde, was geen uitzondering. Het was de regel.
Uit onderzoek van de Music Industry Research Association bleek dat in 2022 meer dan zeventig procent van de nummers in de mondiale top 200 werd geschreven of medegeschreven door minder dan twintig personen. Twintig. Op een planeet met acht miljard mensen. Twintig anonieme componisten bepalen wat jij de komende maanden op de radio gaat horen.
En de belangrijkste van hen? Een Zweed genaamd Karl Martin Sandberg. U kent hem niet. Maar u kent zijn werk. Want Karl Martin Sandberg – zijn artiestennaam is Max Martin – heeft meer nummer-1-hits geschreven dan Michael Jackson, Madonna en Elvis Presley samen.
Denk daar even over na.
Max Martin, een stille man uit Stockholm die zelden foto's van zichzelf toestaat, heeft de soundtrack van uw afgelopen vijfentwintig jaar geschreven. Van "...Baby One More Time" (Britney Spears, 1998) tot "Shake It Off" (Taylor Swift, 2014) tot "Blinding Lights" (The Weeknd, 2019). Dezelfde persoon. Hetzelfde Melody Math-systeem: een formule van akkoordprogressies, ritmische patronen en opbouw die gegarandeerd werkt.
Hij is geen slechte muzikant. Integendeel. Max Martin is een genie – als je het definieert als: weten wat het algoritme en het publiek willen voordat ze het zelf weten. Maar de vraag is: moet één persoon de melodieën bepalen waar miljarden mensen naar luisteren?
En Max Martin is niet alleen. Er is Dr. Luke (Lukasz Gottwald), verantwoordelijk voor hits van Katy Perry, Kesha en Miley Cyrus. Er is Ryan Tedder (van de band OneRepublic), die voor Beyoncé, Adele en Paul McCartney heeft geschreven. Er is Shellback (een andere Zweed), die samen met Max Martin een hitfabriek runt. Er is StarGate (een Noors duo), dat Rihanna en Beyoncé van hun grootste hits voorzag.
Alles bij elkaar: een handvol mensen. En zij bezitten de sound van de wereld.
Het verdwijnen van de eigen stem
Ik herinner me de jaren zestig en zeventig. Toen had elke band een eigen stem. Je hoorde binnen drie seconden of het The Rolling Stones waren of The Beatles of The Kinks of The Who. Hun akkoorden, hun ritmes, hun productie – het was hun vingerafdruk.
Tegenwoordig? Zet een willekeurige radiozender aan en probeer te raden welke artiest je hoort. Ik daag u uit. Na de eerste tien seconden weet u het vaak niet. Want de productie is identiek: dezelfde strakke drumsamples, dezelfde gecomprimeerde zang, dezelfde synthbas, hetzelfde tempo. Alleen de naam van de zangeres verschilt – maar haar stem klinkt ook steeds meer hetzelfde, want producers gebruiken dezelfde ‘vocal tuning’-software (Auto-Tune, Melodyne) om elke afwijking, elk persoonlijk vibrato, elke gekke kras in de keel weg te poetsen.
Een gitarist vertelde me ooit: “Vroeger herkende je Eric Clapton aan één noot. Zijn buiging, zijn toon, zijn ziel zat in die ene noot. Tegenwoordig klinken alle gitaren alsof ze uit een computer komen. Perfect. Maar zonder ziel.”
Het onzichtbare verdriet van de echte schrijvers
Tegelijkertijd zitten duizenden getalenteerde songwriters thuis. Mensen die prachtige, eigenzinnige nummers schrijven – maar nooit gehoord worden. Want de industrie wil geen risico nemen met een onbekende schrijver. Ze nemen liever een bewezen hitmaker.
Ik kende een man – laten we hem Gerard noemen. Hij schreef liedjes van een ongekende schoonheid. Complexe akkoorden, teksten die je aan het denken zetten, melodieën die dagen in je hoofd bleven zitten omdat ze mooi waren, niet omdat ze je herinnerden aan een andere hit. Hij stuurde zijn demo's naar alle labels. Kreeg brieven terug: “Mooi, maar niet passend in huidige markt.” Of, nog wranger: “Zou u dit willen voorleggen aan het team van Max Martin? Zij kunnen er een hit van maken.”
Gerard stopte na tien jaar. Hij werkt nu in een fietsenwinkel. Af en toe, als er geen klanten zijn, pakt hij zijn gitaar en speelt hij voor zichzelf. Hij zegt dat het hem gelukkig maakt. Maar ik zie zijn ogen als hij praat over de nummers die nooit iemand zal horen.
De macht van de ghostwriter
Het woord ghostwriter klinkt mysterieus. Alsof het om spookverhalen gaat. Maar het is heel concreet: ghostwriters zijn de anonieme componisten die de hits schrijven, terwijl de artiest doet alsof ze zelf de teksten en melodieën bedacht. In sommige contracten staat dat de ghostwriter nooit mag onthullen dat hij of zij het nummer heeft geschreven. De artiest krijgt de eer. De ghostwriter krijgt een cheque – en stilte.
Ik begrijp het. Een artiest is een merk. En een merk moet authentiek lijken. De fans moeten geloven dat de tranen in het nummer echt zijn, dat de woorden uit het hart van de zangeres komen. Maar als dat hart eigenlijk dat van een anonieme Zweedse producer is die zijn ochtendkoffie drinkt terwijl hij de volgende hit in elkaar zet... is dat dan niet een leugen?
Lisa, de popster van eerder, zei het zo: “Ik voel me een acteur die een rol speelt. Ik zing woorden die ik niet heb bedacht, over emoties die ik soms niet eens begrijp. En het publiek applaudisseert. Maar ze applaudisseren voor het masker, niet voor mij.”
Een experiment
Doe zelf een experiment. Pak de top 40 van deze week. Zoek per nummer op wie het heeft geschreven (niet wie het zingt). De kans is groot dat u binnen vijf nummers dezelfde namen tegenkomt: Martin, Gottwald, Tedder, Hernandez, Warren, Sheeran (Ed Sheeran schrijft niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen). De illusie van diversiteit verdwijnt zodra u naar de credits kijkt.
En dan is er nog de stilte. De nummers die niet in de top 40 staan. De tienduizenden onafhankelijke artiesten die elk jaar een prachtig album uitbrengen, maar nooit gehoord worden omdat het algoritme hen negeert en de ghostwriters hen overstemmen.
Een vriend van mij – een jazztrompettist – zei laatst: “We leven in een tijd waarin er meer muziek wordt gemaakt dan ooit. Maar er wordt nog nooit zo weinig écht geluisterd. Muziek is achtergrondgeluid geworden. En de industrie wil dat zo houden, want achtergrondgeluid vraagt geen aandacht. Achtergrondgeluid is voorspelbaar, veilig, en vooral: goedkoop om te produceren.”
De prijs van uniformiteit
De prijs is niet alleen artistiek. Het is ook menselijk. Want muziek was altijd een venster naar andere zielen. Naar mensen die anders dachten, anders voelden, anders leefden. Door naar hun muziek te luisteren, leerden we de wereld breder te zien.
Maar als alle muziek door dezelfde twintig mensen wordt geschreven, kijken we door twintig vensters – en denken we dat we de hele wereld zien. Terwijl we alleen maar dezelfde straat van twintig verschillende hoeken bekijken.
De vraag is niet: “Is Max Martin een goede songwriter?” (Dat is hij.) De vraag is: “Waarom bepaalt één kleine groep anonieme componisten wat miljarden mensen horen?”
En de volgende vraag, nog pijnlijker: “Hoeveel schitterende muziek mis ik op dit moment, simpelweg omdat het niet in het Mal van Max Martin past?”
Het volgende hoofdstuk heet De mondige luisteraar? – Waarom ‘vrije keuze’ een illusie is. Daarin ontmaskeren we de mythe dat streaming ons meer vrijheid geeft. Zal ik dat voor u uitwerken?
Tussentijdse notitie voor de lezer: U begint nu het volledige patroon te zien. Eerst verdween de vrijheid van de artiest (hoofdstuk 1-2). Daarna verdween de diversiteit van het geluid (hoofdstuk 3). Nu verdwijnt de authenticiteit van het schrijverschap (hoofdstuk 4). In de volgende hoofdstukken zullen we zien hoe de luisteraar zelf wordt gevangengezet – en wat er nodig is om te ontsnappen.