Hoofdstuk 5: De mondige luisteraar? – Waarom ‘vrije keuze’ een illusie is
Het is 2020. Coronatijd. Ik zit, zoals miljoenen anderen, vast in mijn huis. Om me heen de stilte van een wereld die op pauze staat. Geen verplichtingen. Geen reuring. Eindelijk tijd om te luisteren.
Ik open Spotify. Het iconische groene logo. De belofte: “Miljoenen nummers. Jij kiest.”
Ik typ in de zoekbalk: *“experimentele jazz uit Oost-Europa 1973.”* Ik vind wat ik zoek. Een obscure plaat uit Tsjecho-Slowakije, opgenomen in een kelder, met een saxofonist die speelt alsof zijn leven ervan afhangt. Ik ben gelukkig.
Maar dan – ik ben nieuwsgierig – klik ik op “Ontdek deze week”. De playlist die Spotify speciaal voor mij heeft samengesteld. Wat staat erop?
- Een nummer van een artiest die ik vorige week al luisterde.
- Een nummer dat klinkt precies zoals die artiest.
- Een nummer uit 2019 dat toen al een hit was.
- Een nummer van een vriend van een vriend van een artiest die veel wordt gestreamd.
- En... een nummer dat ik echt niet ken. Maar het klinkt verdacht veel als alle anderen.
Geen Tsjechische jazz. Geen Oost-Europese experimenten. Geen saxofonist die zijn ziel uitblaast.
Waarom niet?
Omdat Spotify, en alle andere streamingdiensten, niet zijn ontworpen om je te verrassen. Ze zijn ontworpen om je vast te houden.
De truc achter ‘Jij kiest’
Laten we eerlijk zijn. De zin “Miljoenen nummers. Jij kiest” is een van de grootste leugens van de 21e eeuw. Ja, miljoenen nummers zijn beschikbaar. Maar beschikbaar zijn is iets anders dan vindbaar zijn.
Want hoe vind je een nummer dat je nog nooit hebt gehoord, waarvan je niet weet dat het bestaat, dat buiten je normale smaak valt? Je vertrouwt op de aanbevelingen van het platform. Op de playlists. Op het algoritme dat zegt: “Omdat je naar X luisterde, vind je Y ook leuk.”
En daar wringt de schoen.
Het algoritme is niet jouw vriend. Het is een rekenkundige gevangenis.
Ik zal uitleggen hoe het werkt. Een streamingdienst heeft één doel: zoveel mogelijk luisterminuten. Hoe langer je luistert, hoe meer reclame je ziet (bij het gratis abonnement) of hoe langer je betaalt (bij het premium abonnement). Het algoritme is dus niet geprogrammeerd om je de beste muziek te geven. Het is geprogrammeerd om je muziek te geven waar je niet wegklikt.
En waar klik je niet weg bij? Bij muziek die je al kent. Of bij muziek die lijkt op wat je al kent.
Want de mens is een gewoontedier. We houden van herkenning. Een bekend refrein geeft een klein stootje dopamine in onze hersenen – hetzelfde stofje dat vrijkomt bij chocolade of een like op social media. Het algoritme heeft dat uitgerekend. Het voert je steeds weer dezelfde soort muziek, zodat je dopamine-stootje blijft komen, en je nooit weggaat.
Maar wat gebeurt er met muziek die nieuw is? Echt nieuw? Niet een variatie op wat je al kent, maar iets wat je nooit hebt gehoord, met akkoorden die je niet verwacht, een ritme dat je niet kunt voorspellen, een tekst die je aan het denken zet?
Dan gebeurt dit: je hersenen moeten werken. Ze moeten nieuwe verbindingen maken. Dat kost moeite. En moeite is iets waar het algoritme een hekel aan heeft. Want moeite maakt dat je misschien wegklikt. Dus het algoritme laat die muziek niet zien.
De cijfers over ‘vrije keuze’
Er is onderzoek gedaan naar hoe mensen daadwerkelijk luisteren op streamingdiensten. De resultaten zijn schokkend.
- Meer dan 60 procent van alle streams gaat naar nummers die al in de top 1000 staan. De overige miljoenen nummers vechten om de resterende 40 procent.
- 80 procent van de tijd luisteren mensen naar afspeellijsten die door het platform worden samengesteld, niet naar eigen keuzes.
- Van die platform-afspeellijsten wordt meer dan de helft beïnvloed door ‘curatoren’ die instructies krijgen van de grote platenlabels. Een onafhankelijk artiest heeft vrijwel geen kans om in een officiële Spotify-playlist terecht te komen, tenzij hij of zij een deal heeft met een groot label.
“Maar,” hoor ik u denken, “ik kan toch zelf zoeken?”
Ja, dat kunt u. Maar de meeste mensen doen het niet. Waarom? Omdat ontdekken tijd kost. En in een wereld waarin we gewend zijn aan onmiddellijke bevrediging – scrollen, klikken, dopamine – is die tijd er niet. We willen dat het platform het voor ons oplost.
En het platform lost het op. Op de manier die hen het beste uitkomt, niet jou.
De playlist als gevangenis
In de jaren zeventig had je een radioprogramma. Een menselijke dj. Die menselijke dj had een missie: jou iets laten horen wat je nog nooit had gehoord. Ja, er waren ook commerciële zenders met top 40-lijstjes, maar er waren altijd alternatieven. De VPRO. De BBC. Lokale piratenzenders. Je kon kiezen.
Tegenwoordig zijn er geen alternatieven. De streamingdiensten hebben de macht. En hun afspeellijsten zijn niet samengesteld door mensen met een missie. Ze zijn samengesteld door:
- Algoritmes die herkenning belonen.
- Curatoren die onder druk staan van platenlabels.
- Betaalde plaatsingen (ja, labels betalen om in playlists te komen – dat is gewoon legaal).
Het gevolg is een homogenisering van wat we horen. Niet omdat de luisteraar dom is, maar omdat het systeem de luisteraar dom houdt.
Een anekdote
Ik sprak vorig jaar een jonge vrouw – studente, twintig jaar, opgegroeid met Spotify. Ze vertelde me trots dat ze een ‘eclectische smaak’ had. Ik vroeg wat ze luisterde.
“Artic Monkeys, Billie Eilish, Taylor Swift, en soms een beetje indie zoals The 1975.”
Ik zei niets. Maar in mijn hoofd dacht ik: dat is geen eclectische smaak. Dat zijn allemaal artiesten die binnen een straal van twee akkoorden van elkaar liggen. Dezelfde productie. Dezelfde structuur. Dezelfde ‘sad girl with reverb’-vibe of ‘cool guy with guitar’-vibe. Het is variatie binnen één smaakuniversum, niet echte variatie.
Ik gaf haar een koptelefoon en liet haar naar een nummer luisteren van Ornette Coleman – een vrije jazz-saxofonist uit de jaren zestig die speelde alsof de muziek elk moment uit elkaar kon vallen. Ze luisterde tien seconden, haalde de koptelefoon van haar hoofd en zei: “Dit is geen muziek. Dit is chaos.”
Ik zei: “Nee, dit is vrijheid. Je bent alleen nooit geleerd hoe je ernaar moet luisteren.”
En dat is de tragiek. De industrie heeft een generatie grootgebracht die niet langer kan luisteren naar complexe muziek. Niet omdat hun oren kapot zijn, maar omdat hun verwachtingen zijn gevormd door algoritmes die nooit risico nemen. Ze denken dat muziek altijd voorspelbaar moet zijn, altijd binnen vier akkoorden moet vallen, altijd binnen drie minuten klaar moet zijn.
En de industrie lacht. Want een luisteraar die geen complexiteit meer aankan, is een luisteraar die nooit meer weggaat. Die blijft braaf streamen. En betalen.
Het democratische bedrog
Er is nog een leugen die ik moet ontmaskeren. De streamingdiensten beweren dat ze democratiseren. “Iedereen kan zijn muziek publiceren!” Ja, technisch gezien wel. U kunt uw album op Spotify zetten. Gefeliciteerd.
Maar gehoord worden? Dat is een ander verhaal.
Want de democratie van het algoritme is geen democratie. Het is een aristocratie van de statistiek. Wie al populair is, wordt populairder. Wie onbekend is, blijft onbekend. Er is geen ‘opstapje’ meer, geen John Peel die een obscure plaat draait en duizenden nieuwsgierige oren bereikt. Er is alleen het algoritme dat zegt: “Jij hebt nul streams, dus ik raad je aan nul mensen aan.”
Een jonge artiest zei het laatst bitter tegen me: “Het is alsof je solliciteert naar een baan, maar je cv wordt niet eens bekeken omdat je geen ervaring hebt. Maar je kunt geen ervaring krijgen omdat je cv niet wordt bekeken.”
Dat is de wurggreep. En die is bijna ontsnapbaar.
Maar...
...er zijn uitzonderingen. Mensen die weigeren in het mal te passen. Luisteraars die actief op zoek gaan naar het vreemde, het onbekende, het adembenemende. En artiesten die hun eigen publiek opbouwen, buiten de algoritmes om – via Bandcamp, via nieuwsbrieven, via mond-tot-mondreclame.
Zij zijn de verzetsstrijders in een wereld van algoritmische homogeniteit.
Maar daarover later meer. Eerst moeten we het hebben over de vraag die niemand durft te stellen: Als de luisteraar niet vrij is, en de artiest niet vrij is, wie profiteert er dan?
Antwoord: een handvol aandeelhouders, een handvol ghostwriters, en een handvol platforms die samen de mondiale soundtrack bepalen.
En de rest van ons? Die luistert naar wat ze ons voorschotelen – en denkt dat we kiezen.
Het volgende hoofdstuk heet Het gemis – Wat verloren ging aan variatie en verrijking. Daarin maken we een directe vergelijking tussen de top 5 van 1971 en de top 5 van nu, en vragen we: wat zijn we precies kwijtgeraakt? Zal ik dat voor u uitwerken?
Tussentijdse reflectie voor de lezer: U merkt misschien dat de hoofdstukken steeds donkerder worden. Dat is bewust. De ontmaskering is geen vrolijke reis. Maar aan het einde van het verhaal – in de laatste twee hoofdstukken – zal er ook een weg naar voren worden getoond. Want alleen door te begrijpen hoe we gevangen zitten, kunnen we ontsnappen.